Afbeelding winkelmandje gevuld met fruit en groente

Voedselbanken gaan zelf mensen met honger zoeken

De voedselbanken gaan dit jaar op zoek naar mensen met honger. Van de 980.000 mensen in Nederland die leven onder de armoedegrens kregen in 2017 132.500 mensen voedselhulp.

Niet iedereen vindt de weg naar een voedselbank, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. Kennelijk kennen de mensen de voedselbank niet of schamen zij zich om erheen te gaan. Daarom is de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken dit jaar bezig met het verzinnen van manieren om de mensen met honger te vinden en van eten te voorzien.

“Van de 2,5 miljoen mensen in Nederland die laaggeletterd zijn, leeft 19 procent in armoede’’, zegt Pien de Ruig, woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. ,,De vraag is of deze mensen ons weten te vinden en weten wat we doen. Daarom zoeken we naar geschikte communicatiemiddelen. Onderzoek wijst uit dat laaggeletterden veel gebruikmaken van Facebook en YouTube, dus via deze wegen proberen we mensen te bereiken.’’

Om hun bekendheid te vergroten nodigen lokale voedselbanken instanties zoals sociale diensten uit om te vertellen wat zij doen.

Ook met behulp van bijvoorbeeld animatie kan de voedselbank de kloof kleiner maken. ,,Een animatie is heel geschikt om uit te leggen wie je bent en hoe iets werkt. Je hebt bijvoorbeeld Steffie, een animatiefiguur van de Rijksoverheid, die uitlegt waarom je een DigiD nodig hebt.”

Het supermarktmodel

De Vereniging van Nederlandse Voedselbanken is ook al langere tijd bezig met het stimuleren van het supermarktmodel. ,,In een aantal voedselbanken in Nederland loop je gewoon door een soort supermarkt. Dat vinden veel mensen leuker en aantrekkelijker. Er liggen diverse producten uitgestald waar mensen uit kunnen kiezen. Daarnaast krijgen ze aandacht van een medewerker. Het is net als een uitje naar de supermarkt.’’

In Den Haag is een rijdende winkel geïntroduceerd en een bezorgdienst. De Ruig: ,,Het zijn allemaal manieren om het makkelijker te maken voor mensen om toch boodschappen te doen. Sommige mensen kunnen niet reizen, omdat ze ziek zijn. Dan is een bezorgdienst een goede oplossing.’’

Hoezeer mensen met weinig geld zich schamen, blijkt wel uit het verhaal dat de 29-jarige Dominique Butteling onlangs vertelde aan deze site. Zij en haar zoontjes leven van 90 euro per week. In de supermarkt neemt ze altijd een rekenmachine mee onder haar jas. Niemand hoeft te zien dat ze tot op de cent uitrekent wat ze in haar kar legt.

Zij zette haar schaamte opzij. De boodschappen uit de winkel vult ze aan met een pakket van de voedselbank. ,,Daarvoor moest ik ook een hele papierwinkel invullen. Maar ik ben er nu wel blij mee.” Die week zaten er yoghurt, ananas, paprika’s en aardappelen in haar tas. Hiervan kon ze toch weer één of twee dagen eten.

Armoede in Nederland

In Nederland leven 980.000 mensen in armoede. Hiervan beschikken 660.000 mensen niet over voldoende geld voor de minimale uitgaven van een huishouden aan voedsel, kleding en wonen. Dat blijkt uit de laatst beschikbare cijfers, uit 2016, van het Sociaal Cultureel Planbureau. In 2017 kregen 132.500 mensen eten van de Voedselbank.

Bron: Tubantia

Attentie

De werkzaamheden van de Cliëntenraad Minima Hengelo worden tijdelijk opgeschort wegens onderbezetting. De reden hiervoor kunt u hieronder lezen. Gezien het feit dat het grootste gedeelte van de raad opstapt en er nog slechts één lid over is kan de raad momenteel niet functioneren.

Volgens ons is het de bedoeling dat een cliëntenraad een onafhankelijk adviesorgaan is. In Hengelo is dit vrijwel onmogelijk omdat de gemeente de wijze bepaalt waarop de cliëntenraad dient te functioneren. Zij bepalen de voorwaarden en de kaders. Natuurlijk is het logisch dat een gemeente dit tot op zekere hoogte doet, echter als het zo ver gaat dat het ingrijpt op de inhoudelijke manier van werken van de cliëntenraad is er nauwelijks nog sprake van werkelijke onafhankelijkheid.

Medewerkers en vertegenwoordigers van de gemeente hebben op onze vragen en argumenten hierover ons meerdere keren verzekerd dat men onafhankelijkheid  zeer belangrijk vindt. Onze conclusie kan, helaas, alleen maar zijn dat er een zeer grote discrepantie bestaat tussen woorden en daden!

Een triest hoogtepunt was de manier hoe de laatste verordening cliëntenparticipatie tot stand is gekomen. Er zijn meer voorbeelden te geven, dat zullen we hier echter niet doen.

We kunnen het voor onszelf niet verantwoorden om verder aan een dergelijke schijnvertoning van zogenaamde onafhankelijkheid mee te werken.

We hopen dat er binnen de gemeente nagedacht gaat worden over het belang en de positie van een echt onafhankelijke cliëntenraad.