Advies cliëntenraad over de conceptnota schuldhulpverlening 2016-2020

Voorstel 1: Werk met schuldhulpverlening

Werken bij Post NL heeft in deze pilot een verplichtend karakter. We vragen commitment en een bijdrage van de werkgever. Wij zetten de inning van onze (overheids)vorderingen (tijdelijk) stop.

Reactie: Omdat (nog) niet bekend is of het hier betaalde of onbetaalde werkzaamheden betreft zullen wij in ons advies op beide mogelijkheden ingaan. Maar om te beginnen willen wij graag het begrip ‘motivatie’ hier nadrukkelijk onder de aandacht brengen.

Motivatie:
Als het begrip ‘verplichtend’ hier betekent dat iedere geselecteerde deelnemer mee moet doen, ongeacht of hij al of niet gemotiveerd is, dan staat de cliëntenraad hier niet achter. Immers, deelname door mensen die niet gemotiveerd zijn geeft op alle fronten negatieve resultaten. De deelnemer wordt er niet gelukkiger van en zal mogelijk nog verder wegzakken in de negatieve spiraal waarover Mullainathan en Shafir berichten in hun onderzoek. De werkzaamheden worden kwalitatief minder goed gedaan en de onderlinge sfeer op de werkvloer wordt er negatief door beïnvloed. De werkgever zal hierdoor ook minder genegen zijn om begeleiding te geven laat staan dat hij een financiële bijdrage wil leveren. En voor deelname van een vervolggroep aan de pilot, als daar al sprake van is, zal hij zich eerst flink achter de oren krabben. De kans dat de pilot op deze manier niet zal slagen is o.i. reëel te noemen. En daar is niemand bij gebaat. Alle goede bedoelingen, de energie en het geld dat erin is gestoken ten spijt.

Als ‘verplichtend’ hier tevens betekent dat er ook een sanctie tegenover staat wanneer een deelnemer weigert, zijn we nog verder van huis. De ‘ongemotiveerde’ deelnemer raakt nog verder in de schulden, de relatie met de klantmanager heeft een flinke deuk opgelopen en er zijn weer verschillende uren (en dus geld) aan werk nodig om de sanctie op te leggen en te volgen.

In de aanloop naar dit voorstel wordt het wetenschappelijk onderzoek aangehaald van Mullainathan en Shafir. Zij spreken o.a. over het ontwrichtend effect van schulden op de burger en zijn gezin. Als cliëntenraad minima durven wij te stellen dat het ontwrichtende effect waarvan hier sprake is ook voor een grote groep uitkeringsgerechtigden geldt die (nog) niet met schulden te maken hebben.

Wij noemen hier twee effecten uit het onderzoek:

Het ontstaan of verergeren van psychische en fysieke problemen.
Geloof/overtuiging dat inspanning zin heeft daalt.
Ad1: Een verplichting opleggen kan voor deze mensen betekenen dat de genoemde problemen nog groter worden waardoor er extra geld voor zorg moet worden uitgegeven. Geld dat ze niet hebben en waarmee ze aldus nog verder in de schulden komen.

Ad2: Voor mensen die al in een negatieve spiraal zitten zijn het geloof en de overtuiging dat inspanning zin heeft allang geen ‘items’ meer. Zij hebben er geen fiducie meer in dat ook maar ‘iets’ helpt om weer uit de schulden te komen. Of dat een reële gedachte is doet er in dit verband niet toe. Feit is dat het hun realiteit is.

Als CMH willen wij hier graag nog twee punten aan toevoegen.

Mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, dus ook zij die (nog) geen schulden hebben, leven met een smalle bandbreedte. D.w.z. dat ze vrijwel de hele dag primair bezig zijn met het aan elkaar knopen van de touwtjes. En dit in een constante staat van zorg.(Bron: Martijn Schut. Spreker tijdens de Armoedeconferentie op 25 november jl.).
Zij zien vaak geen uitweg meer en voelen zich geremd in hun vrijheid van doen en denken vanwege de afhankelijke positie t.o.v. van de uitkeringsverstrekker waarin ze verkeren, en de druk die ze voelen om continue te moeten voldoen aan de vele verplichtingen die deze ‘relatie’ met zich meebrengt. Natuurlijk zijn er ook mensen die deze eigenschappen niet of in veel mindere mate hebben. Maar de CMH is ervan overtuigd dat die groep een minderheid vormt.

Veel mensen die een uitkering van de gemeente ontvangen, zijn vaak, afhankelijk van de periode dat ze die uitkering ontvangen, al eerder aangesproken voor deelname aan één of ander traject. Ook die keren had het vrijwel altijd een verplichtend karakter. Niet deelnemen betekende aldus, het verlies van (een deel) van de uitkering. Dat ze uiteindelijk toch deelnamen heeft te maken met het feit dat ze onder druk werden gezet en staat dus geheel los van hun intrinsieke motivatie. Sterker nog, zo deze er al in zeer kleine mate was dan is ze thans geheel verdwenen. Er wordt te vaak onderschat wat dwang psychisch bij mensen kan veroorzaken.
Het feit dat ze thans weer of opnieuw in een uitkeringssituatie beland zijn betekent aldus dat het traject of de trajecten tot nu toe niet in staat zijn gebleken om hen aan duurzame arbeid te helpen. Hoe lang, hoe vaak willen wij deze mensen nog frustreren.(Bron: Lid van de cliëntenraad met bijna 30 jaar ervaring als re-integratie consulent).

Advies van CMH:
Laat de groep ‘niet-willenden’ voorlopig buiten beschouwing. Niemand is er bij gebaat dat een project mislukt. Ons voorstel is dan ook om deze pilot te starten met een groep mensen die gemotiveerd zijn om eraan mee te werken. Motivatie zal een positief effect hebben op de deelnemer, hij heeft het gevoel dat hij daadwerkelijk mee telt. Hij zal daardoor de werkzaamheden ook kwalitatief beter verrichten en hij zal er, samen met zijn collega’s voor zorgen dat er een prima sfeer ontstaat. Deze motivatie zal ook door de werkgever ‘gevoeld’ en gezien worden waardoor hij eerder bereid zal zijn om de aan hem gevraagde bijdrage te leveren. En hij zal ook gemotiveerd zijn om meerdere groepen te begeleiden na de eerste pilot. Als dit al de opzet van deze pilot is.

De motivatie is des te belangrijker omdat het hier werkzaamheden betreft die in de avonduren moeten worden uitgevoerd. Dat zijn voor veel mensen niet de meest favoriete uren.

In de argumentatie van deze pilot kwam een idee ter sprake dat door deelnemers aan de armoedeconferentie werd gegeven. “Probeer ook ‘beloningsprikkels’ in te bouwen en deze zo in te richten dat niet alleen de best presterende de beloning krijgt. De CMH zou willen voorstellen om iedere deelnemer aan het project een beloning te verstrekken. Zie hiervoor onze adviezen hieronder.

Elk project staat of valt met het enthousiasme van alle deelnemers eraan. Dat geldt natuurlijk vooral voor hen die het daadwerkelijk moeten uitvoeren maar het geldt ook voor de ambtenaren en andere functionarissen die er bij betrokken zijn. En niet te vergeten, één van de belangrijkste partijen, de werkgever.

Als dit project wordt uitgevoerd onder de conditie dat er in eerste instantie alleen met deelnemers gewerkt gaat worden die zich gemotiveerd opstellen dan is de kans van slagen volgens ons reëel aanwezig. En dat zal een positieve uitstraling hebben op ‘de minder gemotiveerden’ die hierdoor wellicht hun deelname aan een volgende uitvoering van de pilot serieus zullen gaan overwegen.

Mogelijkheid 1: Het werk wordt betaald.

Advies CMH:
Als er sprake is van betaalde arbeid dan is de cliëntenraad van mening dat artikel 31 lid 2n van de participatiewet moet worden toegepast. (Inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 198,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling).

Voor een alleenstaande ouder zou in deze artikel 31 lid 2r van toepassing moeten zijn. (Inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 123,69 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden – of zolang de duur van het project (CMH) – , voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:

1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar,
2°. de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en
3°. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling)
N.B: Voor de toepassing van deze artikelen stellen wij voor om in het specifieke geval van deze pilot de laatste eis, waarin het college stelt dat de werkzaamheden moeten bijdragen aan arbeidsinschakeling te laten vervallen. Tenzij in de overeenkomst met de werkgever deze mogelijkheid als intentie en schriftelijk is overeengekomen.

Tenslotte pleiten wij ervoor dat voor iedere deelnemer, en voor zover van toepassing, de sollicitatieplicht gedurende de periode van het project volledig vervalt dan wel sterk versoepeld wordt.

Mogelijkheid 2: Het werk wordt niet betaald.

Advies CMH:
Indien er voor de werkzaamheden geen vergoeding wordt betaald dan betreft het hier volgens de mening van de cliëntenraad vrijwilligerswerk m.b.v. uitkering. Naast het (tijdelijk) stopzetten van de inning van overheidsgelden, is de raad van mening dat deelnemers in dit geval als extra stimulans een vrijwilligersvergoeding zouden moeten ontvangen. Overigens willen wij nadrukkelijk opmerken dat het hier reguliere werkzaamheden betreft die een vergoeding c.f. de bij de werkgever geldende cao zouden moeten uitkeren. Is dat niet het geval dan heeft deze constructie alle schijn van arbeidsverdringing.

Mocht er onverhoopt toch voor deze constructie worden gekozen dan pleiten wij ook nu voor een versoepeling van de sollicitatieplicht gedurende de duur van de pilot.

Waarom een vergoeding terwijl ook al sprake is van een (tijdelijke) stopzetting van inning van overheidsgelden wordt toegepast. De stopzetting van inning zal door de deelnemer gezien worden als een gunst van ‘de sociale dienst’. Een gunst die hij weliswaar zal voelen als verlichting maar die hij niet ervaart als zijn eigen verdienste. Het mogen houden van een deel van zijn salaris zal hij daarentegen wel degelijk zien als een beloning voor de prestatie die hij levert. Dit gegeven zal daarom een groter, positiever en sterk motiverend effect hebben op zijn werkplezier en doorzettingsvermogen.

De cliëntenraad begrijpt uiteraard heel goed dat mensen verplichtingen hebben. Wij willen deze groep dan ook absoluut niet pamperen. Maar helaas hebben wij inmiddels al heel veel projecten zien stranden op gebrek aan motivatie. En het is dan ook daarom dat wij hier zo stevig de nadruk op leggen. Als je begint met een positieve uitstraling dan is de kans op een goed gevolg des te groter.

Voorstel 2: Verplichte schuldhulpverlening

We verbinden het volgen van een schuldhulptraject als verplichting aan de uitkering, wanneer een bijstandscliënt schulden heeft die zijn werkkansen belemmert.

Reactie: Ook hier valt weer het begrip ‘verplicht’. En ook hier stellen wij de vraag wat het gevolg is voor de cliënt die weigert aan het voorstel mee te werken. Bovendien zijn wij van mening dat heel zorgvuldig moet worden bekeken of de cliënt daadwerkelijk kansen heeft op werk.

Voorstel 3: Financieel beheer op maat

Hulpdienst Hengelo inzetten bij hulpverlenende instellingen in Hengelo, om hun cliënten te leren weer zelfstandig hun administratie uit te voeren.

Budget Alert verbinden aan dit proces.

We leveren hiermee passende ondersteuning op een voor de cliënt zo zelfstandig mogelijk niveau.

Reactie: De bedoeling van dit voorstel is duidelijk. De gemeente wil af van de hoge kosten die zij kwijt is vanuit de bijzondere bijstand aan het betalen van bewindvoerders. De CMH kan zich achter dit voorstel scharen maar merkt daarbij wel expliciet op dat er sprake moet zijn van een zeer nauwe samenwerking tussen de betrokken partijen en dat er adequate kennis moet zijn bij de (vrijwillige) hulpverleners.

Voorstel 4: Nazorg na schuldhulpverlening

Wijkracht inzetten om nazorg te leveren aan mensen die een schuldhulptraject afronden.

Zij bieden een algemene voorziening nazorg, waarbij mensen op een hun passend niveau geholpen worden om hun thuisadministratie op orde te houden.

Reactie: De CMH kan het met dit voorstel eens zijn maar wil wederom opmerken dat er sprake moet zijn van deskundigheid bij de (vrijwillige) medewerkers. En een nauwe samenwerking tussen de betrokken partijen.

In de motivatie van dit voorstel wordt ook de mogelijkheid genoemd om een budgetcursus te gaan starten. Op zich lijkt dat ons een goed voorstel. Echter willen wij hier dan wel nadrukkelijk stellen dat er gedurende het nazorgtraject nauwkeurig moet worden beoordeeld of iemand daadwerkelijk gebaat is bij het krijgen van een budgetcursus dan wel blijvend ondersteuning ontvangt hierbij wanneer het hem niet zelfstandig lukt, zoals u ook voorstelt.

Attentie

De werkzaamheden van de Cliëntenraad Minima Hengelo worden tijdelijk opgeschort wegens onderbezetting. De reden hiervoor kunt u hieronder lezen. Gezien het feit dat het grootste gedeelte van de raad opstapt en er nog slechts één lid over is kan de raad momenteel niet functioneren.

Volgens ons is het de bedoeling dat een cliëntenraad een onafhankelijk adviesorgaan is. In Hengelo is dit vrijwel onmogelijk omdat de gemeente de wijze bepaalt waarop de cliëntenraad dient te functioneren. Zij bepalen de voorwaarden en de kaders. Natuurlijk is het logisch dat een gemeente dit tot op zekere hoogte doet, echter als het zo ver gaat dat het ingrijpt op de inhoudelijke manier van werken van de cliëntenraad is er nauwelijks nog sprake van werkelijke onafhankelijkheid.

Medewerkers en vertegenwoordigers van de gemeente hebben op onze vragen en argumenten hierover ons meerdere keren verzekerd dat men onafhankelijkheid  zeer belangrijk vindt. Onze conclusie kan, helaas, alleen maar zijn dat er een zeer grote discrepantie bestaat tussen woorden en daden!

Een triest hoogtepunt was de manier hoe de laatste verordening cliëntenparticipatie tot stand is gekomen. Er zijn meer voorbeelden te geven, dat zullen we hier echter niet doen.

We kunnen het voor onszelf niet verantwoorden om verder aan een dergelijke schijnvertoning van zogenaamde onafhankelijkheid mee te werken.

We hopen dat er binnen de gemeente nagedacht gaat worden over het belang en de positie van een echt onafhankelijke cliëntenraad.