Advies cliëntenraad over de conceptnota armoedebeleid 2016-2020

Inleiding

De CMH wil van de gelegenheid gebruik maken om te wijzen op de zo langzamerhand precair wordende positie van de mensen in onze samenleving die van een minimum inkomen moeten leven. De opstapeling van gestegen kosten voor levensonderhoud en vaste lasten plus de toename en verhogingen van eigen bijdragen en/of risico hebben een nog verder toenemende kwetsbaarheid van deze groepen tot gevolg. Daarbij zorgen groeiende negatieve beeldvorming, onder andere in de media en vaak harde bejegening door zowel instanties als het publiek voor groeiend emotioneel en psychisch onbehagen bij mensen die afhankelijk zijn van een uitkering of voor een minimum inkomen werken. De gemeente erkent dat armoede een probleem is. Voor de Cliëntenraad blijft het de vraag of, zelfs met de voorgestelde en reeds bestaande regelingen, de mensen waar het om gaat er werkelijk iets op vooruit gaan. Bij een voldoende basisinkomen zouden er geen regelingen nodig zijn: wellicht een open deur, maar volgens ons toch iets om over na te denken.

Steeds vaker hebben we te maken met verborgen armoede, mensen die van de één op de andere dag werkeloos worden, noodgedwongen zzp, aanpassen van leefpatronen, chronische tekorten tussen inkomsten en uitgaven, belaste gezinssituaties, eenoudergezinnen etc. De impact van financiële bestaans(on)zekerheid op de andere levensgebieden is bewezen groot. Mensen die leven in armoede ervaren vaak stress, weten niet waar ze moeten beginnen met oplossen, kampen met uitzichtloosheid, hebben geen toekomstperspectief, ervaren schaamte en schuld, etc. Armoede is niet alleen een probleem van financiële aard. Het is een complex van meerdere samenhangende zaken, zoals inkomen, maatschappelijke participatie, opleidingsniveau, gezondheid, zelfredzaamheid, wonen/leefomgeving. Voor degene die het treft, is er vaak geen toekomstperspectief. Vooral in situaties waarin niet of nauwelijks uitzicht is op werk of verandering van de persoonlijke leefsituatie.
De Cliëntenraad is verheugd om in de concept nota te lezen dat de gemeente Hengelo er met haar armoedebeleid “voor wil zorgen dat alle mensen in Hengelo mee kunnen doen” en dat zij de noodzaak ziet om een “gedegen armoedebeleid” te voeren. Ook vinden wij het positief dat er steeds meer gezien en onderkend wordt dat het voor de huishoudens die langdurig in armoede leven bijna niet meer mogelijk is om uit die armoede te komen.

Wij zijn er van overtuigd dat de overgrote meerderheid dit echt wel zou willen. Ze hebben echter de mogelijkheid niet. Helaas is het zo dat het inkomen alleen maar lager wordt (ten opzichte van 2014 is een bijstandsgezin met twee kinderen er in 2015 €50 per maand op achteruit gegaan en een eenoudergezin €45 per maand). Evengoed zijn de vaste lasten enorm gestegen. Wij hopen dat de gemeente terdege beseft wat de dagelijkse financiële problemen zijn van mensen die al jaren onder de armoedegrens leven en de schulden die ze al dan niet daarbij opgebouwd hebben.

Inhoudelijke reactie op de conceptnota

Hoofdstuk 2 (blz.6)
De CMH begrijpt dat het voor de gemeente niet gemakkelijk is om meer verantwoordelijkheden te hebben op sociaal gebied terwijl er minder geld beschikbaar is. Absoluut geen eenvoudige opgave!

De uitgangspunten zoals beschreven in hfst. 2 kunnen wij grotendeels onderschrijven. We hebben echter wat moeite met de eerste:”Versterken van eigen kracht van mensen en hun omgeving”. Dit uitgangspunt sluit aan op de zin die in de alinea erboven staat:”Doel van het nieuwe stelsel is dat alle inwoners van Hengelo zo snel mogelijk zelf, met hulp van het netwerk, een antwoord vinden op hun vraag”.

Vanzelfsprekend ondersteunt de Cliëntenraad van harte initiatieven en projecten zoals de administratie op orde brengen, in je eigen kracht komen, hoe voorkom ik schulden, en wat dies meer zij. Ook wij willen graag dat iedereen op eigen kracht problemen kan aanpakken. Maar dergelijke projecten lossen de armoede niet op bij het rondkomen van een inkomen dat structureel onder de armoedegrens ligt. Door het aanvoeren van de ‘eigen kracht theorie’ als het ultieme wondermiddel om uit de armoede te raken wordt, ons inziens, volledig voorbij gegaan aan de sociaaleconomische realiteit.  Met name langdurige minima moeten van ver komen, over een eigen netwerk beschikken zij vaak niet. Het gemeentelijk beleid zou moeten leiden tot een stabiele basis (inkomen, voorzieningen, rechten, plichten, etc) van waaruit mensen verder kunnen werken. Er dient hen een perspectief te worden geboden waardoor ze ruimte krijgen om weer mee te doen. Als de basis niet op orde is, kan niemand eigen verantwoordelijkheid nemen. Indien mensen wel in meer of mindere mate over zelfredzaamheid of/en een netwerk beschikken moet ze niet meteen alle hulp ontzegd worden. Dan ontstaat er een averechts effect: als je zegt dat je zelf dingen kunt, krijg je immers minder hulp. Beter werkt, volgens ons, om een positieve prikkel te geven: als je zelf meer regie neemt, dan krijg je meer vrijheid om dat te doen, maar blijft aanvullende ondersteuning beschikbaar.

Het laatste uitgangspunt van hfst. 2 luidt:”Ruimte voor en vertrouwen in professionals”.
Het is de CMH niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld.

Hoofdstuk 3 (Blz.7)
De Cliëntenraad vindt het zeer positief dat de hoogte van en de voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag niet zijn gewijzigd. Citaat uit de conceptnota:”Wij menen dat deze toeslag een goede maatregel is om gezinnen die langdurig onder de armoedegrens leven in staat te stellen rond te komen”. Dit vinden wij een wat optimistische formulering. De langdurigheidstoeslag wordt in hoofdzaak gebruikt om enkele achterstallige rekeningen te betalen of om andere noodzakelijkheden te regelen. Het is helaas beslist niet zo dat de toeslag mensen in staat stelt om over het algemeen rond te komen. Laat staan iets extra’s kunnen doen.
Desalniettemin vinden wij dat de gemeente Hengelo alle lof verdient voor het feit dat zij de regeling ongewijzigd laat bestaan.
(Blz.8) Op deze pagina wordt gesproken over de bijzondere bijstand. Sinds 2012 worden duurzame gebruiksgoederen verstrekt in de vorm van leenbijstand. Tegelijkertijd is er een daling in het aantal aanvragen te zien. Geïmpliceerd wordt, ons inziens, dat een aantal aanvragen die vóór 2012 gedaan werden onnodig waren en dat mensen het er blijkbaar niet voor over hebben om een tegenprestatie te verrichten waarmee ze de lening om kunnen zetten naar bijstand om niet. Dit blijkt voor ons uit de volgende citaten:

-“Uit de praktijk blijkt dat van deze mogelijkheid om een tegenprestatie te laten verrichten nauwelijks gebruik wordt gemaakt”.
-“We hebben tot nu toe vooral een daling in het aantal aanvragen gezien en slechts zelden een afgesproken tegenprestatie. In 2015 is slechts 1 maal gebruik gemaakt van deze mogelijkheid”.
-“Ten aanzien van de overige verstrekkingen maken mensen nadrukkelijker een afweging of ze tot vervanging/aanschaf over willen gaan via onze regelingen”.

Wat betreft het laatste citaat vragen wij ons af hoe men tot de conclusie is gekomen dat mensen bepaalde afwegingen nadrukkelijker maken.
Uit de praktijk horen wij vaak dat leenbijstand voor veel mensen geen optie is.  Ze willen geen lening (meer) aangaan omdat ze die niet kunnen afbetalen. Ze konden vooraf niet sparen, hoe kunnen ze het dan achteraf wel? De aflossingscapaciteit is voor deze mensen vaak nihil.

In de concept nota wordt over de tegenprestatie (wederkerigheidsprincipe) gelukkig reeds het volgende vermeld: “Voor zowel de klanten als onze medewerkers is dit nog wennen. Er is minder gebruik van gemaakt dan wij verwacht hadden. Wij gaan hier hernieuwd en intensiever aandacht aan besteden. Dit door scholing van de medewerkers en hernieuwde voorlichting aan de klanten”.

Het is de CMH inderdaad overduidelijk gebleken dat men niet op de hoogte werd en wordt gesteld van deze mogelijkheid. Gezien enkele ervaringen betwijfelen wij zeer of de klantmanagers wel op de hoogte zijn en ermee om kunnen gaan. Verder is het zo dat over de leenbijstand en een eventuele tegenprestatie nergens echt duidelijkheid wordt gegeven. Regels en voorwaarden zijn vaag of niet te vinden. De CMH onderschrijft dan ook van harte dat hernieuwde voorlichting aan de klanten en scholing van de medewerkers nodig is.

Het is positief dat de bijzondere bijstand om niet blijft voor de apparaten voor koelen, wassen en koken. Dat scheelt weer een paar slapeloze nachten voor de mensen met de laagste inkomens! Wel vragen wij ons af of er een manier is om aanvragen voor bijzondere bijstand (zowel leenbijstand als om niet bijstand) wat vlotter te laten verlopen. Cliënten worden soms onnodig in de problemen gebracht  door de trage afhandeling van aanvragen. De CMH heeft verhalen ontvangen van en over cliënten die lang op bijvoorbeeld de afhandeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand moeten wachten, terwijl het een urgente aanvraag zoals een wasmachine of een medisch hulpmiddel betreft.

(Blz.9) De collectieve zorgverzekering blijkt, gezien het hoge gebruik, een succes. De voordelen voor de minima zijn duidelijk. Helaas blijft het feit dat de zorgkosten een enorme vlucht hebben genomen en eigenlijk voor velen niet op te brengen zijn. Neem als voorbeeld de positie van chronisch zieken en gehandicapten.

Hoofdstuk 5 (Blz.13)
De cliëntenraad vindt het een goede zaak dat er onderzocht gaat worden wat de effecten zijn van het verhogen van de inkomensgrens naar 130%. Ten aanzien van de inkomensgrens zouden wij voor een soort overgangsregeling willen pleiten. Zorg ervoor dat mensen na het bereiken van die grens niet meteen alle tegemoetkomingen vanuit het armoedebeleid verliezen. Kijk of het  bijv. mogelijk is om percentueel af te bouwen bij het bereiken van een hoger inkomen. Dit om te voorkomen dat het zelf genereren van een inkomen door werk onaantrekkelijk wordt, omdat in de netto sfeer alle “genoten” voordelen eensklaps verdwijnen.

Over de bijzondere bijstand hebben wij eerder in dit stuk al het nodige opgemerkt. De hoge kosten voor bewindvoering zijn inderdaad een zeer zorgelijke ontwikkeling. Een verhoging van de rijksbijdrage lijkt broodnodig. Wij hopen(en vertrouwen erop) dat de gemeente Hengelo de gevolgen van de huidige regelgeving kenbaar maakt bij de minister. Verder vragen wij ons af of het mogelijk is om een voorlichtingscampagne te starten waarin duidelijk wordt gemaakt waar en hoe mensen de nodige ondersteuning binnen de gemeente kunnen vinden, en waarin daarnaast de eventuele nadelen van bewindvoering duidelijk worden. De keus voor het één of ander kan dan ook beter overwogen gemaakt worden.

Wat betreft de statushouders hopen wij dat de recentelijk toegezegde bijdragen van de overheid enige verlichting zullen brengen.
(Blz. 14,15,16,17)

Sport en cultuurfonds
Dat maar 30% van de mogelijke afnemers van het sport en cultuurfonds hiervan gebruik maakt vinden wij verbijsterend. Wij zijn benieuwd wat er uit het onderzoek naar de achterliggende oorzaken van het niet-gebruik naar voren zal komen. Wat ons door de tijd heen is opgevallen, is dat de gemeente Hengelo over het algemeen mensen nadrukkelijker op hun plichten wijst dan op hun rechten. De CMH zou graag zien dat er een soort ‘minima wijzer’ komt waarin de mogelijkheden en rechten voor deze groep duidelijk op een rij komen te staan. Aan de totstandkoming hiervan is de cliëntenraad van harte bereid mee te werken. De CMH heeft t.a.v. het sport en cultuurfonds inderdaad te kennen gegeven dat mensen prijs zouden stellen op meer maatwerk van- en meer zeggenschap in de besteding van de bedragen. In de concept nota worden om dit te bereiken twee varianten genoemd: Variant Hoorn en Variant volledig maatwerk. Wij zullen hieronder op beide varianten afzonderlijk in gaan.

A. Variant Hoorn. Deze variant heeft zeker niet onze voorkeur. Wij vinden dat er de nodige nadelen aan kleven. Om te beginnen hebben we moeite met  het stigmatiserende karakter. Ook heeft de cliëntenraad zorgen over de wijze waarop de privacy van de gebruikers van de pas gewaarborgd wordt en hoe bijv. de regeling zal zijn bij verlies van de kaart. Wat als mensen een cursus willen volgen bij een niet aangesloten aanbieder, wat blijft er dan over van het maatwerk? Etc, etc. Wij zijn van mening dat de kosten van ontwikkeling en beheer van deze variant beter aan de minima zelf besteed kunnen worden.

B. Variant volledig maatwerk. Daar is, volgens ons, zeker iets voor te zeggen. Wij vinden het een goede zaak dat de voorzieningen uit het kindpakket vooralsnog buiten beschouwing worden gelaten. Het belangrijkste voordeel vindt de CMH dat deze variant voor personen boven de 18 jaar veel meer eigen regie en vrijheid zou betekenen.
We hopen dat er genoeg instemming zal zijn om met het beschreven experiment te starten en zijn zeer benieuwd naar de eventuele uitkomsten.
Naast de bovenstaande varianten vraagt de cliëntenraad zich af of er ruimte is en mogelijkheden zijn voor een andere variant, een soort ‘tussenoplossing’. Deze variant zou er op neer komen dat men (boven de 18) meer zeggenschap zou hebben over het besteden van het beschikbare bedrag. Personen hebben een ruimere keus, men kan kiezen voor een bijdrage voor een sportclub, een creatieve activiteit, een (al dan niet schriftelijke) taalcursus, een museumjaarkaart, een volkstuin, en zo zijn er nog talloze andere zaken te bedenken. Ook is het niet meer nodig om te kiezen voor korting op voorstellingen in het RABO theater óf Metropool, maar is een combinatie mogelijk. Het enige dat mensen hoeven te doen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen is betalingsbewijzen overleggen. Deze variant ligt nog dicht bij het huidige systeem maar geeft mensen wel meer gelegenheid om ‘out of the box’ met het beschikbare bedrag om te gaan.

Kindpakket
De CMH waardeert het zeer dat er uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan het (groeiende) aantal kinderen dat opgroeit in armoede. Het kindpakket ziet er goed uit en het lijkt ons een goede zaak dat de vergoeding voor vakantiekampen er in opgenomen wordt. Hetzelfde geldt voor het voorstel om kinderen van studenten in aanmerking te laten komen voor het kindpakket.
Wel vragen wij ons af of het mogelijk is om de regeling voor de fiets voor kinderen die op het middelbaar onderwijs zitten uit te breiden en ook te laten gelden voor kinderen die in bijv., de twee hoogste groepen van het basisonderwijs zitten. De redenen zijn voor de hand liggend: beweging, zelfstandigheid, voorbereiding op het middelbaar onderwijs, etc.
Verder vinden we het zeer jammer dat kinderen die een vergoeding voor de zwemles krijgen geen beroep kunnen doen op een vergoeding voor andere sportieve- of culturele activiteiten. De praktijk leert dat dat nu juist de activiteiten zijn waar ook vriendjes of vriendinnetjes aan deelnemen. Het is logisch dat door ouders gekozen zal worden voor de zwemles omdat dat nu eenmaal in Nederland een ‘noodzakelijk kwaad’ is. Kinderen van arme ouders kunnen dus helaas niet meedoen met andere activiteiten.

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Vanaf 2016 kunnen inwoners van Hengelo alleen nog maar in aanmerking komen voor kwijtschelding van het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Tot en met 2015 kregen huishoudens met een laag inkomen ook kwijtschelding voor een aantal legingen of klikken (ondergrondse container). De cliëntenraad ziet de nieuwe regeling als een verkapte bezuiniging en een lastenverzwaring voor de minima. Eigenlijk dubbelop omdat bijv. de opening van de ondergrondse container verkleind is (men kon 60 kg kwijt nu nog 30 kg), terwijl de prijs voor een klik niet gehalveerd is. De kwijtschelding is afgeschaft en de hoeveelheid vuilnis die men kwijt kan is kleiner. Om het nog erger te maken kan men nu nog slechts 50 kg grof vuil gratis storten! Al met al een scheelt het mensen met weinig inkomen toch weer in de (toch al platte) portemonnee. Ooit is door de gemeente als reden voor de afschaffing van de kwijtschelding genoemd dat ook mensen met weinig geld maar moesten leren om afval te scheiden…… Een beledigende opmerking en bovendien onwaar. Wij vinden dat de gemeente Hengelo aan twee belangrijke dingen voorbijgaat: de penibele financiële situatie van de minima en het milieu. Dit beleid vraagt er bijna om dat mensen op ongeoorloofde plaatsen vuilnis gaan dumpen. Niet omdat ze dat zo graag willen maar omdat het simpelweg te duur is om vuilnis kwijt te raken.

Tot slot
De cliëntenraad ondersteunt van harte de financiële bijdragen aan de voedselbank, het jeugdsportfonds en de eventuele kledingbank. Verder vragen wij ons af of het mogelijk is om naast de collectieve zorgverzekering ook collectief energie in te kopen. Is dit al onderzocht en zo ja wat was de uitkomst?

Wij hopen dat de gemeente Hengelo zich met overtuiging zal blijven inzetten om armoede terug te dringen. En dat zij om dit te realiseren het lef zal tonen om trendsettend te zijn en daarbij soms het inzetten van onorthodoxe middelen niet te schuwen.